Spoedhulp Jeugd 2018

Dit zijn de laatste wetenschappelijke inzichten

Macht en onmacht van Eigen Kracht

We kennen allemaal de paradox van het sociale netwerk, dat het systeem dat kinderen moet beschermen ook vaak risico’s met zich meebrengt. Wat is de macht en de kracht van dat eigen systeem? Geert-Jan Stams (Hoogleraar Forensische Orthopedagogiek aan de UvA) zet de laatste wetenschappelijke inzichten op een rijtje. En sluit af met een conclusie.

Spoedhulp, wanneer en hoe?

Helpt spoedhulp om uithuisplaatsingen te voorkomen? Uit een internationale overzichtsstudie blijkt dat intensieve kortdurende crisisinterventie bij gezinnen in de jeugdbescherming niet tot een vermindering van uithuisplaatsingen van jeugdigen leidt. Spoedhulp is afgeleid van dergelijke interventieprogramma’s, maar is niet expliciet op het voorkomen van uithuisplaatsingen gericht. In sommige gevallen kan een uithuisplaatsing, bij voorkeur tijdelijk, zelfs als een positieve uitkomst gezien worden, bijvoorbeeld wanneer de acute veiligheidsrisico’s voor het kind binnen het eigen gezin te hoog zijn.

Positieve veranderingen na spoedhulp?

Zijn er veranderingen waarneembaar na spoedhulp? Ja. De combinatie van een oplossingsgerichte benadering, het in kaart brengen van de veiligheid van het kind, de netwerkbenadering en een verlengde interventieduur werpen hun vruchten af. De crisis blijkt voor zo’n 60 procent af te nemen en de veiligheid neemt tussen de 13 en 22 procent toe, afhankelijk van wie bevraagd wordt over de veiligheid. Conflicten tussen ouders en kinderen nemen met 24 procent af en de acceptatie van kinderen door hun ouders neemt licht toe. Ten slotte rapporteren moeders een afname van opvoedingsstress, ze voelen zich meer competent en er is een afname van gedragsproblemen bij de jeugdigen (20%).

Wat is de betekenis van De Grote Vier (Lambert 1992)

Is alles wat we doen even goed? Of is het ene element belangrijker dan het andere? Uit onderzoek blijkt dat vier elementen bijdragen aan positieve uitkomsten van interventies, namelijk (1) kenmerken van de cliënt (bijvoorbeeld motivatie) en het sociale netwerk (bijvoorbeeld ondersteuning en betrokkenheid bij belangrijke beslissingen), (2) een goede relatie met de hulpverlener, (3) hoop en verwachtingen van de cliënt en (4) de specifieke methode die gehanteerd wordt bij een interventie. Al deze elementen zijn nodig. En die kan je niet lostrekken van elkaar. Ze hebben elkaar nodig.

Adam Voetman, ambulant spoedzorgwerker bij Elker (Groningen):

‘Iedereen heeft iemand’

“In de omgeving van een gezin met problemen zijn er allerlei krachten die kunnen helpen, die een steuntje in de rug kunnen bieden. Wij kunnen namelijk van alles verzinnen, maar een goed idee uit het eigen netwerk is vaak veel krachtiger.
In ons werk staat veiligheid centraal. Dus maak je met een gezin een veiligheidsplan. Als het even kan krijgt het netwerk daar een grote rol in. Want mogelijkheden zijn er altijd. Ook als iemand beweert dat er niemand is. Wij geloven dat nooit klakkeloos. Want iedereen heeft wel iemand. Het is vaak ook een kwestie van: durf te vragen.”

Geert-Jan Stams.

Hoe effectief is preventie van kindermishandeling?

Zo’n 13 tot 21 procent van de kinderen profiteert van interventies die op preventie gericht zijn. Uit een overzichtsstudie blijkt dat daarbij zes kenmerken belangrijk zijn: vergroten vaardigheden van de (1) ouders en (2) het kind; (3) aanpak psychische problemen van de ouders; (4) vergroten opvoedvaardigheden; (5) verbetering opvoedingsattituden van de ouders; (6) vergroten competentiegevoel van de ouders. Deze elementen worden helaas maar weinig toegepast in bestaande interventies die beogen kindermishandeling en -verwaarlozing te voorkomen. Wat in elk geval veel minder goed werkt, zijn interventies die gebruik maken van buurtvoorzieningen en de nadruk leggen op de Eigen Kracht (dit is zelfredzaamheid) van ouders en hun omgeving. Beschermende factoren zijn vaak heel zwak in vergelijking met riscofactoren. Dus je zal altijd in de eerste plaats moeten werken aan het terugbrengen van risico’s. Maar voor duurzame effecten is het waarschijnlijk belangrijk om op enig moment het sociale netwerk van de jeugdige en het gezin zoveel mogelijk te versterken en benutten. De hulpverlening is maar tijdelijk, maar de eigen omgeving van het kind is een leven lang van belang, of misschien zelfs, van levensbelang! En dat zien we ook terug in het universele verdrag van de rechten van het kind.

Hoe effectief zijn Familie Netwerkberaden?

Uit internationaal en Nederlands onderzoek blijkt dat familienetwerkberaden geen positieve effecten hebben op kindermishandeling en uithuisplaatsingen. In sommige onderzoeken werden zelfs negatieve effecten gevonden. Het is nog onduidelijk waardoor de effecten zo tegenvallen. Misschien wordt al te zeer gefocust op de zelfredzaamheid van het gezin, dient beter gekeken te worden onder welke omstandigheden de netwerkberaden meerwaarde hebben, of de methodiek en/of voorwaarden voor toepassing dienen verbeterd te worden.

Hoe belangrijk zijn natuurlijke mentoren?

Uit een overzichtsstudie blijkt dat de aanwezigheid van een natuurlijke mentor een positief effect heeft op jeugdigen, met name wanneer deze relatie van hoge kwaliteit is. Bij 30% van de jongeren verbetert dan het sociaal-emotioneel functioneren, bij 11% nemen gedragsproblemen af en 22% presteert beter op school of in het werk. Ter vergelijking: interventieprogramma’s die gebruik maken van een formele mentor zorgen bij 11 procent van de jeugdigen voor een verbetering van de ontwikkelingsuitkomsten. Gezien het belang van natuurlijke mentoren, zou het goed zijn als we de pedagogische kwaliteit van omgevingen waarin jeugdigen opgroeien versterken, zodat ze betekenisvolle relaties kunnen aangaan met ondersteunende volwassenen, zoals familieleden, leerkrachten op school, sportcoaches, etc. In ieder geval heeft elk kind recht op ten minste een volwassene die voor hem of haar een veilige basis of haven is. Daar moeten we onze samenleving op inrichten.

Wat levert een concept als Jouw Ingebrachte Mentor (JIM) op?

De JIM aanpak houdt in dat een jongere iemand uit zijn sociale netwerk aanwijst als zijn of haar mentor. Met JIM wordt dus geprobeerd de positieve effecten van een natuurlijke mentor uit het eigen sociale netwerk te benutten. Uit een eerste verkennend onderzoek onderzoek naar JIM blijkt dat na een jaar in 90 procent van de gevallen jongeren het afkunnen met ambulante hulp, waar eerst nog uithuisplaatsing werd geadviseerd. In 83 procent van de gevallen lukt het om binnen 33 dagen een JIM te vinden.

Geert-Jan Stams (UvA):

‘We moeten nieuwe concepten ontwikkelen’

Wat staat ons, op basis van de laatste wetenschappelijk uitkomsten, te doen? De conclusie van Geert-Jan Stams, Hoogleraar Forensische Orthopedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam (UvA).

“Er zijn aanwijzingen dat de inzet van evidence-based interventies in combinatie met het versterken en benutten van het eigen sociale netwerk van kinderen en jeugdigen de beste aanpak is. De inzet is daarbij niet eigen kracht in termen van zelfredzaamheid, maar veerkracht, de weerbaarheid van het kind en zijn of haar directe sociale omgeving. Alleen: we moeten nog meer weten over hoe professionals het beste samen beslissingen kunnen nemen en samenwerken met het sociale netwerk van de cliënt. Huidig onderzoek van Cora Bartelink naar samen beslissen met ouders en jeugdigen in de jeugdbescherming, van Inge Busschers, naar effectief case-management in de jeugdbescherming, van Sharon Dijkstra, naar familienetwerkberaden en Levi van Dam, naar JIM en het voorkomen van uithuisplaatsingen, levert hiervoor belangrijke aangrijpingspunten.