Oog en oor voor trauma

Traumatische gebeurtenissen kunnen een levenlang gevolgen hebben. Of een kind een trauma heeft, is in de spoedhulpfase lastig vast te stellen. Bovendien kan trauma de communicatie frustreren. “Trauma vormt de overtuigingen en verwachtingen van kinderen en ouders”, zeggen Elly Voorintholt en Rik Hennekam van Elker. Het goede nieuws is dat herstel van trauma en van een posttraumatisch stresssyndroom mogelijk is. Maar dan moet je wel de juiste stappen zetten op het juiste moment.

‘Ze zien me niet. Ze horen me niet. Ze willen me niet. Dat is wat ik ben.’ In een Amerikaanse educatieve film over trauma omschrijft een meisje van een jaar of acht in een paar woorden wat jaren van verwaarlozing en mishandeling met haar hebben gedaan. Dit leven lijkt nu al geruïneerd.

Bedreiging van fysieke integriteit

“Gepest worden, het meemaken van een overlijden, een auto-ongeluk krijgen; lang niet elke ingrijpende gebeurtenis wordt een trauma”, vertelt Elly Voorintholt, gedragswetenschapper bij Elker. “We spreken van een traumatische ervaring bij een bedreiging van leven of fysieke integriteit, een overweldigend gevoel van angst, hulpeloosheid en onmacht en intense fysieke effecten.” Kindermishandeling – fysieke mishandeling, verwaarlozing en seksueel misbruik – valt in die categorie.

Karakter

Niet elke traumatische ervaring komt bij elk kind even hard aan. Hoe ingrijpend een gebeurtenis is, hangt onder meer af van de betekenis die het kind aan een gebeurtenis geeft. En – dus ook – aan het karakter. Zeker is wel dat de effecten van traumatische ervaringen bij kinderen ingrijpender zijn dan bij volwassenen.

2-ill-memory.jpg

Complex trauma

Bij trauma door kindermishandeling is meestal sprake van een complex trauma. Het wordt namelijk veroorzaakt door geliefden, mensen aan wie het kind gehecht is. Mensen die eigenlijk voor het kind zouden moeten zorgen. Voorintholt: “Bij een complex trauma komt er veel toxische stress in het lichaam. En dat heeft invloed op de hersenen. En hoe jonger het kind, hoe meer invloed het heeft op de hersengroei.”

Stress in de hersenen

Om uit te leggen wat stress doet met lichaam en geest is een klein college over de hersenen nodig. Er is het reptielenbrein; dat regelt alle automatische functies, zoals ademen, zweten, de bloeddruk. In het limbische (of emotionele) brein zitten de emoties, lichamelijke activiteit en het herkennen van gevaar. In de cortex bevindt zich het rationele deel. Daarmee kan je nadenken, organiseren, plannen.

Handelen vanuit reptielenbrein

Voorintholt: “Kinderen die getraumatiseerd zijn en een posttraumatische stressstoornis hebben, hebben langer dan een maand last van de symptomen en lijden hieronder. Ze hebben onder ander last van verhoogde alertheid; ze horen en zien alles. Willen alles weten om de controle te houden. Zij handelen en denken vanuit hun reptielenbrein en limbische brein. Je zult ervoor moeten zorgen dat ze eerst weer rustig worden in plaats van veel vragen te stellen. Creëer rust. Zucht bijvoorbeeld mee. Laat het kind wat limonade drinken en praat rustig Als ze weer rustig zijn, kun je de relatie weer aangaan en in gesprek komen.” Andere kenmerken van een posttraumatisch stresssyndroom zijn herbelevingen, zoals flashbacks en nachtmerries, vermijding en negatieve gedachten en/of stemmingen.

2_DSC9614-lr.jpg

Overtuigingen en verwachtingen

Trauma vormt de overtuigingen en verwachtingen van kinderen en ouders. Om daarmee aan de slag te gaan is het belangrijk te zoeken naar de kernwaarden van kinderen (en hun ouders). Kernwaarden over zichzelf en over de volwassenen die voor hen zorgen. Voorintholt: “Wat we als hulpverlener zien en waar we op reageren, is het gedrag van het kind. Maar veel belangrijker is de vraag waarom een kind iets doet. Gedrag wordt vaak aangestuurd door kerncognities. Een jongetje van zes loog altijd bij zijn pleeggezin. De reden? Als hij de waarheid sprak, zei zijn moeder altijd: `ik vind het niet belangrijk wat jij vindt’. Hij redeneerde vanuit zijn kerncognitie dat hij toch niet geloofd zou worden. Als je dat weet, kan je eraan gaan werken.”

Herstel is mogelijk

Het goede nieuws is dat herstel van trauma en een posttraumatisch stresssyndroom mogelijk is, stelt Rik Hennekam van Elker Spoedhulp. Dat hangt af van veerkracht, steun van belangrijke anderen en deskundige hulp voor de verwerking van het trauma. “Wees als werker vanuit spoedhulp bewust van de schokkende gebeurtenissen en van de mogelijke impact op en de kenmerken bij kinderen en hun ouders. Wees alert op klachtgedrag zoals nachtmerries of overalertheid, maak deze concreet. Dan kan spoedhulp en/of vervolghulpverlening beter aansluiten op het gezin”, aldus Hennekam.

Tien tips voor de spoedhulpmedewerkers bij (mogelijk) trauma
2nr01.jpg
Wees alert op signalen

Is er sprake van chronische stress of acute stress? Zijn er meerdere incidenten geweest bij het kind? Gebruik dossieronderzoek, genogram of levenslijn.

2nr02.jpg
Denk aan de bejegening

Als mensen weinig kunnen hebben, is hun stresslevel mogelijk erg hoog. Dat kan waardevolle informatie zijn.

2nr03.jpg
Wees je bewust van je eigen stressniveau

Gebruik deze informatie. Wat raakt je, wat voel je, hoe komt dat? Maak dit onderbuikgevoel bespreekbaar met collega’s en binnen het gezin waar de interventie plaatsvindt.

2nr04.jpg
Praat ook alleen met de kinderen

Of adviseer alleen met een kind te praten of het dingen te laten vertellen via tekeningen. Door vermijding en loyaliteitsconflicten kunnen kinderen niet altijd vrij praten over waar zij last van hebben. Stel eventueel je oordeel uit. En beschrijf dan waarom je het uitstelt.

2nr05.jpg
Wees je bewust van je beperkte rol in het hulpverleningsproces

Spoedhulp wordt maximaal 28 dagen gegeven; het is een intensief en kort traject. Kijk wat de patronen (communicatie, genogram, gezinsgeschiedenis) zijn en beschrijf die in je advies.

2nr06.jpg
Breng in kaart wat er precies is gebeurd

Omschrijf de schokkende gebeurtenis als een soort filmpje dat zich voor je ogen afspeelt (wie was wanneer waar? En wat gebeurde er?). Dit geeft aanknopingspunten voor de vervolghulp om scherp te zijn op signalen, bij herbelevingen, uitspraken of gedragingen die wijzen op overalertheid.

2nr07.jpg
Zorg goed voor jezelf

Jij bent het instrument. Zoek naast je werk ontspanning. Geniet ook van kleine successen. Zie de veerkracht van het kind/gezin en vergroot deze.

2-nr08.jpg
Motiveer ouders en kinderen voor de behandeling

Geef psycho-educatie over de werking van stress en trauma en de impact op de ontwikkeling van het kind. Kies daarvoor een middel dat bij je past.

2-nr09.jpg
Rapporteer zorgvuldig

Beschrijf de scenario’s waarbij tijdens de interventie klachtgedrag zichtbaar was. Vervolghulp weet dan waar hij op moet letten en wat dan te doen.

2-nr10.jpg
`Ontschuldig’

Ontschuldig het getraumatiseerde kind (en soms ook de ouder). Het kind kan er niets aan doen dat het functioneert zoals het functioneert.

2_DSC9701-lr-.jpg

Meer informatie?

Klik hier voor meer informatie over Elker.

Doorvragen

“Zijn er signalen van een post traumatische stress stoornis, zoals nachtmerries, herbeleving, vermijding? Maar het begint eerder al: is er sprake van ingrijpende gebeurtenissen in het leven van het kind. Als je dat weet, dan weet je hoe je moet doorvragen.”

Elly Voorintholt en Rik Henneman

Reactie-Spoedhulp-Jeugd.svg
reactie_DSC4542_1wouter-anngeenbrug--LR-.jpg
Meer doorvragen

“Het is goed om deze thematiek weer even scherp op het netvlies te hebben en alert te zijn op de signalen van trauma’s bij kinderen. Het komt in dit werkveld toch erg regelmatig voorbij. In mijn werk ben ik me nu extra bewust van het feit dat ik goed moet analyseren en doorvragen. Ik ben straks alerter om vragen te stellen die kunnen wijzen op een trauma. Van onbewust bekwaam naar bewuster bekwaam.”
Wouter Aangeenbrug, gezinshulpverlener, ASH Vitree

Reactie-Spoedhulp-Jeugd.svg
reactie_DSC4548--mirjam-hofstede-LR--.jpg
Theorie is toepasbaar

“Deze sessie zet mij ertoe aan om toch weer even door te vragen en gerichtere vragen te stellen over wat kinderen in het verleden hebben meegemaakt, en om nieuwsgierig te zijn. Er zit al iets, en dat kun je als hulpverlener niet erger maken door erover te praten, alleen maar beter. Dat moedigt mij aan om door te vragen. De theorie over het brein die aan de orde kwam in deze sessie, vond ik ook heel relevant. Dat kun je in de praktijk toepassen om aan ouders uit te leggen. Tot slot ben ik me ervan bewust dat ik mijn eigen stressniveau moet erkennen. Daar ga ik in mijn werk ook op letten, want dat heeft invloed op het kind.”
Mirjam Hofstede, Gedragswetenschapper STEK

Verbinden en versterken - 2016